Translate

woensdag 12 april 2017

Chocolade hazelnoot muffins

Dit is een heerlijk simpel taartje dat ook gemakkelijk in muffin vormpjes gemaakt kan worden. Oorspronkelijk is het recept van Claudia Roden's Joodse kookboek over de diaspora en een recept voor het Joodse paasfeest omdat er geen meel in verwerkt zit. Vaak als ik glutenvrije lekkere recepten zoek, kijk ik eerst bij de Pesach recepten.


Ingrediënten:

  • 35 g cacaopoeder
  • 150 g pure chocolade, gesmolten, au bain marie
  • 150 g boter, gesmolten
  • 150 g lichtbruine basterdsuiker
  • 125 g hazelnootmeel of gemalen hazelnoten
  • 4 eieren, gesplitst
  • 1 eetlepel cacaopoeder, extra, gezeefd

Bereiden:


Verwarm de oven voor op 180 °C. Vet een vierkante taartvorm (19 cm) met hoge randen in en bekleed de bodem en randen met bakpapier.

Roer in een grote kom het cacaopoeder door 80 ml heet water tot u een glad papje heeft. Roer de chocolade, boter, suiker, het hazelnootmeel en de eidooiers erdoor.

Klop in een kleine kom met een elektrische mixer de eiwitten net stijf. Spatel voorzichtig en in twee porties de eiwitten door het chocolademengsel.

Schenk het beslag in de vorm en bak de taart 1 uur in de oven (of tot hij stevig is). Laat de taart 15 minuten staan. Haal hem dan uit de vorm en laat hem op een rooster afkoelen.

Strooi voor het serveren het extra cacaopoeder over de chocoladetaart.

maandag 12 december 2016

Jan in de zak ~Trommelkoek ~ Poffert


Vroeger maakte mijn moeder al Jan in de zak in een trommelkoek blik. Dat was vaak in de winter als toetje bij een maaltijdsoep of eenpansmaaltijd. Ze kookte die trommelkoek dan in een grote pan die met water gevuld was en om te voorkomen dat de vorm omhoog kwam zetten, lag er een steen op de deksel. Onlangs kwam ik in de aflevering van koken met Van Boven een eenvoudigere manier van bereiden tegen die hieronder beschreven staat en tot minstens zo'n goed resultaat leidt als die van mijn moeder van vroeger! 

Heerlijk warm uit de vorm op je bord met boter erop die dan smelt en dan bruine suiker of Friese keukenstroop!


Ingrediënten:


400 gram zelfrijzend bakmeel (of
200 gram Lemaire meel en 200 gram speltbloem en 1 dessertlepel bakpoeder)
snufje zout
de rasp van 1/2 sinaasappel
1 theelepel  Kaneel
3 eetl.  suiker
100 gram rozijnen
100 gram krenten
1 Goudreinet of Boskoop appel in blokjes gesnipperd
50 gram honing of stroop
2 eieren
275 ml melk
Boter en 3 eetlepels paneermeel voor het bekleden van de bakvorm+ deksel
En 1 koekvorm met deksel of tulband vorm die je goed afdekt met aluminiumfolie

Bereidingswijze:


Meng het bakmeel met het zout, sinaasappelrasp, kaneel en suiker. Roer de gewelde rozijnen, de zuidvruchten,  de appel en de stroop erdoor. Klop de eieren met de melk los. Roer deze met een houten lepel door de droge mix in een beslagkom tot het net gebonden is en niet meer klontert.

Vet een hoge gesloten trommelkoek bakvorm of poffert vorm goed in met boter. Bestuif met paneermeel en klop het overschot eruit. Vergeet ook niet de deksel van de binnenzijde te bekleden met boter en paneermeel. Giet het beslag in de vorm en sluit het.

Bak de Trommelkoek in een braadslede gevuld met kokend water in een voorverwarmde oven op 175 graden in ongeveer 1 uur, misschien iets langer, gaar. Tik ‘m dan uit de vorm. Serveer met boter en bruine suiker of keukenstroop, heerlijk!
 

maandag 4 juli 2016

Sambal goreng boontjes

Dit gerecht maakte mijn oma altijd als we samen Indisch aan het kokerellen waren. Ik hielp haar en keek haar kunsten af. Vaak in combinatie met Sajoer Lodeh, Parkedel en djagoeng koekjes en echte Sateh van de BBQ. Toen ze al heel oud was, hielp ze mij in de keuken als snij kokkie zittend op een stoel aan de keukentafel. Spannend was dan altijd het moment als zij kwam afproeven! Ze wist meestal toch nog met net iets meer ketoembar of wat citroensap het gerecht op de juiste smaak te brengen! Fascinerend vond ik dat. 



Ingrediënten:



500 gram           sperzieboontjes, afgehaald en in 2-en gesneden
3                      sjalotjes fijngesneden
2                      teen knoflook fijngesneden
½ theel.           trassi fijn gekruimeld
½ eetl.             sambal oelek
2 schijfjes        laos van +/- ½ cm. dik, gekneusd met het lemmet van een groot mes
1                      daun salam = Indonesische laurierblad
1                      spriet sereh = citroengras, buitenste blad er afhalen en de spriet tot een knoop trekken
1 theel.            gula djawa = palmsuiker
2 theel.            met kop bouillonpoeder
1 vleestomaat  in stukjes gesneden
300 ml             water om samen met de bouillon poeder bouillon te maken
1/5                   blok santen = kokos crème
2 eetl.              Zonnebloemolie


 


Bereiding:



Haal de boontjes af en snijd ze in 2-en. Maal de gesneden sjalotjes, knoflook, sambal oelek en trassi in de vijzel fijn. Fruit dit kruidenpapje in de olie in een wadjang /wok aan tot de sjalot glazig is. Voeg dan de laos, daun salam en de spriet sereh toe. Fruit vervolgens de blokjes tomaat en voeg de boontjes toe. Fruit ze even mee totdat ze iets slap beginnen te worden. Doe de gula djawa en de bouillon erbij en breng de pan tegen de kook aan. Laat 10 minuten zacht sudderen totdat de boontjes beetgaar zijn en voeg de brok santen toe. Roer even om en zet het vuur uit. De sereh, laos en daun salam er uithalen.

Semoor terong ~ Smoor van aubergine en tomaat

Het wordt tijd dat ik eens een beginnetje maak met onze favoriete Indonesische recepten op de blog te vermelden. Zo gewend als ik ben dit soort gerechten uit mijn hoofd te maken, zorgt ervoor dat je ze juist over het hoofd ziet. Aubergine is in de hoofdrol bij dit heerlijke groente gerecht. De aubergine wordt gesmoord in een tomaten - ketjap saus en smelt op de tong!



Ingrediënten:

2 grote aubergines of 3 kleine
5 tomaten
Sap van een halve limoen
1 ui fijngesneden
1 grote teen knoflook geperst
2 theelepels palmsuiker
3 eetlepels ketjap manis
3 theelepels sambal oelek
Klein scheutje zonnebloemolie


Bereiding:

Snijd de aubergine in plakken, doe ze in een vergiet en besprenkel ze royaal met zout. Laat ze een half uur staan totdat je bruine druppels er van af ziet komen.
Snijd de tomaten in kleine stukjes. Snijd de ui en de knoflook fijn. Fruit de ui en de knoflook. Voeg daarna de tomaten toe en laat deze even meebakken. Laat alles even 15 minuutjes zacht door pruttelen. Spoel ondertussen de aubergines goed af onder stromend water. Dep ze een beetje droog met keukenpapier. Voeg vervolgens de ketjap, de limoensap en de sambal toe aan de tomatensaus en laat dit verder sudderen. Voeg als dit goed gemengd is de aubergine stukken toe en stoof met deksel op de pan, de aubergine gaar in de tomatensaus!





donderdag 7 april 2016

Paasvlechtbrood

De klassieke Paas stol is niet aan onze jongens besteed: krenten en rozijnen zijn helemaal niet geliefd helaas. Dus ging Pelle op zoek naar een alternatief dat wel in de smaak valt bij onze heren en dat hij ook kon bakken voor zijn school Paasontbijt! Dit vlechtbrood is het geworden en je kunt wel zeggen dat het met vlag en wimpel geslaagd is want de schaal kwam leeg terug van het schoolontbijt!


Ingrediënten:

Voor het brood
500 gram speltbloem
1 zakje droge gist
1 tl zout
3 eetlepels suiker
300 ml lauwe melk
50 gram boter
1 geraspte citroenschil
1 losgeklopt ei om het brood mee te bestrijken


Hete luchtoven op 200 °C
 

Voor de versiering
100 gram poedersuiker
2 eetlepels water
1 eetlepel citroensap
Bereiding:

Meng bloem, gist en zout, suiker  in een kom. Voeg melk, boter en de Citroenrasp toe en kneed het met een mixer met deeghaken op de hoogste stand in ca. 5 minuten tot een elastisch deeg.
Verdeel het deeg in drie gelijke delen (van ca. 300 g) en vorm hiervan dikke rolletjes.
Laat de deegrolletjes op een plank afgedekt met een theedoek ongeveer 15 minuten rusten, bij kamertemperatuur.
Rol met de handen, de deegrolletjes uit tot slierten met een lengte van ongeveer 50 cm. Leg de slierten verticaal naast elkaar. Druk ze aan de bovenkant op elkaar en vouw dit stukje naar onderen weg. Maak van de drie slierten een vlecht. Druk de eindjes op elkaar en vouw dit stukje weer naar onderen weg.
Leg de deegvlecht op een met bakpapier beklede bakplaat. Dek het paasbrood af met een droge theedoek en laat deze minimaal 60 minuten rijzen op een warme plaats. Het deeg moet ongeveer 2 keer zo groot worden. Verwarm de oven voor. Bestrijk de vlecht met losgeklopt ei. Bak het brood in het midden van de oven in ca. 20 minuten gaar en mooi goudbruin. Laat het brood op een rooster uitdampen en afkoelen.


Maak het glazuur door de poedersuiker glad te kloppen met water en het citroensap totdat dit glanzend is. Giet het op het brood en laat het harder worden. 


donderdag 17 maart 2016

Luchtige monchoutaart met kwark

Monchoutaart is een zeer gewaardeerde klassieker op de verjaardagskoffie bij ons in het buurtschap in de Sweilandpolder. Daarom heb ik me er maar weer eens in verdiept. In mijn herinnering was hij erg lekker maar ook zwaar en door de kersen uit blik ook heel zoet. Deze variant is luchtiger door het gebruik van kwark. De zelfgemaakte vruchten compôte voor bovenop is zo zoet als je hem zelf wenst te zijn!


Ingrediënten:

Voor de bodem
1 pak San Francisco verkruimelde biscuit of 1 pakje volkoren chocoladekoekjes
Toplaag van josta-kruisbes mix met verse munt
125 gram roomboter gesmolten

De vulling
2 pakjes monchou of 1 kuipje mascarpone
1/4 liter slagroom opgeklopt
250 gram magere kwark
150 gram witte basterdsuiker
1 mespuntje vanillepoeder
4 of 5 blaadjes witte gelatine

De toplaag
400 gram vers kleinfruit
suiker naar smaak
2 blaadjes gelatine

Bereiding:

Bekleed de bodem van een springvorm (24 cm) met bakpapier. Verkruimel de biscuit door ze te malen in de grove raspmolen of klein te slaan in een theedoek met de deegroller. Smelt de boter en meng deze met de koekkruimels en druk deze met de bolle kant van een soeplepel op de bodem vast. Zet de vorm 15 minuten in de ijskast of zelfs even in de diepvries.

Meng de monchou met de basterdsuiker, de vanillepoeder tot een egale masa. Voeg de kwark toe en roer goed door. Klop in een andere kom de slagroom niet te stijf op. Meng de slagroom door het monchou - kwark mengsel. Laat de gelatine eerst even wellen in koud water, knijp de blaadjes uit en los ze dan op in een klein beetje kokend heet water voordat je het monchou-kwark -slagroom mengsel roert. Schenk het room-monchou-kwark mengsel op de biscuitbodem en laat dit in de ijskast 2 uur opstijven.

Doe het kleinfruit in een steelpan en voeg hieraan suiker naar smaak aan toe. Laat het aan de kook komen. Wel de gelatine weer in koud water, knijp de blaadjes uit en voeg dit toe aan de hete fruit compôte. Laat de compôte afkoelen maar bestrijk de taart hier wel mee voordat de massa te stevig wordt!

woensdag 27 januari 2016

Rode uien - karwij chutney

Karwei i.p.v karwij!!

Chutney liefhebbers opgepast: deze chutney is een heel karwei maar na 1 uur van uien snijden, zouten en afspoelen, 2,5 uur indampen en daarna in gesteriliseerde potjes doen, heb je ook wel iets verrukkelijks gecreëerd! Dit recept is een variant van het recept voor uien - karwij chutney uit het kookboekje Proef oranjebloesem van Merijn Tol en Mina Abouzahra. Ik ben nu eenmaal fan van rode uien en die leken me enorm geschikt voor deze chutney.  Ook de hoeveelheid suiker heb ik aangepast. Deze chutney is heerlijk met een blokje kaas, en een feestelijke toevoeging aan een gewone kaaspannenkoek!


Ingrediënten:
2 kilo rode uien in halve dunne ringen
6 eetlepels zout
600 gram rietsuiker
3,5 dl sherry
3,5 dl appelazijn
6 kruidnagels
5 theelepels karwij


Bereiding:
Bestrooi de halve uienringen met het zout, vermeng dit goed en laat een uur staan. Je ziet dat de uien slap worden en vocht verliezen. Spoel ze onder de kraan goed af en laat uitlekken in een vergiet. Doe de suiker met de azijn, de sherry en de kruidnagels in een roestvrijstalen pan en breng aan de kook. Laat verder pruttelen op een laag vuur. Voeg de uien en het karwijzaad toe en breng aan de kook. Laat 2,5 uur op laag vuur pruttelen tot het stroperig is. Steriliseer ondertussen genoeg potjes voor de hoeveelheid chutney (6 of 7). Giet de stroperige chutney heet in de potjes, sluit ze en zet ze 30 minuten op zijn kop. Daarna zijn ze wel tot een jaar houdbaar in de kelder maar dat redden ze bij ons nooit!